Het begin van de Franse Revolutie wordt over het algemeen gezien als de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. Deze gebeurtenis markeerde het begin van een grootschalige politieke en sociale revolutie in Frankrijk die uiteindelijk leidde tot de val van de monarchie en de opkomst van de Republiek.
De Bastille was een beruchte gevangenis in Parijs die symbool stond voor de onderdrukking en het autoritarisme van het oude regime. Op die bewuste dag bestormden duizenden boze burgers de gevangenis in een poging wapens en munitie te bemachtigen. De bestorming van de Bastille werd gezien als een daad van verzet tegen de heersende elite en werd al snel het symbool van de strijd voor vrijheid en gelijkheid.
De gebeurtenis leidde tot een golf van opstanden en protesten in heel Frankrijk, waarbij de bevolking zich keerden tegen de corruptie, de privileges van de adel en de kerk, en de economische ongelijkheid. De revolutionairen eisten politieke hervormingen, sociale rechtvaardigheid en een einde aan de absolute monarchie.
De Franse Revolutie had verstrekkende gevolgen, niet alleen voor Frankrijk maar ook voor de rest van Europa. De revolutionaire ideeën verspreidden zich als een lopend vuurtje en inspireerden op hun beurt andere volkeren om in opstand te komen tegen hun onderdrukkers.
Hoewel de Franse Revolutie leidde tot politieke turbulentie, geweld en chaos, legde ze ook de basis voor de moderne democratische principes en de rechten van de mens. De gebeurtenissen van 1789 hebben de loop van de geschiedenis voor altijd veranderd en herinneren ons eraan dat het volk de macht heeft om op te staan en tegen onrechtvaardigheid te strijden.
Al met al wordt de bestorming van de Bastille gezien als het symbolische begin van de Franse Revolutie, een keerpunt in de geschiedenis dat de weg vrijmaakte voor een nieuw tijdperk van democratie en vrijheid.